Van de brug af gezien

Alarm: volgende week begint een nieuw cultureel seizoen en slecht onderhouden bruggen zakken in. Dat dit tweede hier beeldspraak is wil niet zeggen dat het ongevaarlijk is.  Zo ongelovig gaan we niet aan dat seizoen beginnen:  beeldspraak is wel gevaarlijk! Dus: alarm alarm. Helaas riskeert niemand de alarmbel te horen want zowel links als rechts van de slecht onderhouden brug zingt men uit volle borst de eigen strijdliederen, netjes aan de eigen linkerkant, netjes aan de eigen rechterkant. 

En de brug, die kraakt.

Cultuur is links weggezet.  Dat was gemakkelijk. Hoe meer je naar rechts overhelt, hoe meer je fenomenen zal opmerken waarvan je zal moeten zeggen dat ze links van je  liggen. Dat is fysica. Ook rechters, advocaten en NG0’s worden vandaag als links weggezet. Er wordt namelijk heel veel naar rechts overgeheld. Voorlopig kunnen we er nog vanuit dat  mensenrechten, omgang met het verleden en sociale rechtvaardigheid niet links en niet rechts zijn, maar pijlers waarop een brug gebouwd kan worden.  Maar zeker is dat niet meer.

In plaats van de rechterzijde te bekogelen vanuit de linkerzijde, of andersom, lijkt het me niet slecht om de kloof eens van de brug af te bezien.

Omdat de klassieke politiek steeds machtelozer wordt, is het alleen maar toe te juichen dat burgers en kunstenaars steeds meer de nood voelen te politiseren.

Afgelopen tijd heeft het theater en de bredere culturele sector zich nadrukkelijk ingelaten met thema’s die als “links” worden beschouwd. Kunstenaars en instellingen hebben het voortouw genomen in enkele broodnodige sociale correcties.  Het structureel racisme dat onze samenleving tekent, de nood aan diepgaande dekolonisering,  de correctie van de historisch gegroeide dominante blik van de witte Westerse man: het zijn onderwerpen die de sector –terecht - expliciet op de agenda heeft gezet. Meerdere stemmen in de sector hebben daarenboven een ferme duw gegeven aan het voortschrijdend inzicht over de neveneffecten van sommige van onze geliefde tradities: zwarte piet, biefstuk, een eigen auto…

Het zijn thema’s die in onze samenleving als “links” worden beschouwd. Met thema’s die als rechts beschouwd worden ligt dat anders: de  sector is niet gehaast  om het gevaar van het perverse Wahabisme te agenderen, evenmin om iets te doen met de lijfstraffen in Brusselse Arabische scholen. Er is ook in de sector niet veel animo om het steeds weerkerend gekoketteer met het communisme af te wijzen als een miskenning  van het leed van de miljoenen slachtoffers van Stalin en co.  Alle thema’s waar “rechts” zich graag op profileert.

Het is dus niet geheel verwonderlijk dat de sector als links beschouwd wordt, en door deze uitgesproken profilering  de kloof uitdiept.

De motor van de democratie is stem en tegenstem. Dat werkt zolang er nog naar mekaars stem geluisterd wordt.  Hoe groot iemands gelijk ook, als niemand luistert dan verwaait zelfs de krachtigste stem tot zand in de wind. Over wie van deze doofstomme nationale toestand gebruik zal maken om de macht te nemen hebben zowel links als rechts hun eigen angstvisioenen, maar prettig zijn geen van beide.

Tijdens een stellingenoorlog blijft het vooral stil.

Je hoort alleen het kraken van de brug.

En politiserend is dat allerminst.

Het is net in fictie, in theater en film, in de magische kunst, dat we een gebied kunnen betreden waar een stelling niet geraakt. Waar iedereen doof kan blijven voor een uitgesproken waarheid, kan het spel van list en leugens een waarheid bloot leggen in al haar inherent ambigue, magische ongrijpbaarheid. Fictie kan helpen om de dingen van de brug af te bezien. Arthur Miller schreef lang geleden een toneelstuk “Van de brug af gezien” , een goed ouderwets stuk, klassiek repertoire, fictie.  En vooral: uitgesproken politiek.  Ik zelf heb me nooit bezig gehouden met het oude repertoiretoneel, maar in een recente pr publicatie van het NTGent waarmee ze  voor de rest een razend interessant nieuw programma voorstelt,  belooft het dat “een op voorhand beschikbare tekst maar 20% van de voorstellingsduur mag uitmaken.”  Want het doel is niet meer “om de wereld voor te stellen, maar om de wereld te veranderen”.

Dat is toch een redenering waar een beetje brug van gaat doorzakken.

Misschien moet er toch eens dieper nagedacht worden over de esthetische strategieën van onze voor de rest goed boerende stadstheaters.  De vraag is of het de claim om te politiseren wel waarmaakt. 

Als het theater haar eigen fabelachtigheid ontkent om “echt” te willen zijn, dan verliest het zich in machteloosheid.  Deze dominante modieuze mainstream vorm van theater is wanhopig op zoek  naar “echtheid”.  Met échte graffiti en échte vluchtelingen op de scène. Zo herleidt het toneel zich tot een instrument in een polemiek waarin iedereen gedoemd is zich klem te rijden.

Dit theater bevredigt een verlangen naar greep op de werkelijkheid, maar het doet een valse belofte.  Hoe meer het geloofwaardig wil zijn, hoe ongeloofwaardiger het wordt. Hoe meer het uit al dan niet uit marketing en profileringsdrang uitschreeuwt politiek te zijn, hoe meer het door een relevant deel van het potentiele publiek aan de kant wordt gezet en hoe minder het nog werkelijk politiek kan zijn.

De esthetische strategieën van dit theater geraken niet verder dan de symptomen van de eigen hulpeloosheid.  Ze willen geen verhaal vertellen over de wereld, ze willen wereld zijn. Dat is een laatkapitalistische collectieve psychose. Echte mensen, echte biografieën, echte conflicten, de echte wereld! Het verlangen naar echtheid steekt alleen de kop op wanneer echtheid gemist wordt. Wie in een kayak een rivier afvaart denkt niet; “ik wou dat ik echt in een bootje de rivier afvaarde”. Dat denk je toch vooral op de A12 ter hoogte van Wilrijk bijvoorbeeld. Om tegemoet te komen aan een verlangen naar die echte ervaring is de burgerlijke ontspanningsindustrie ontstaan.  In de Efteling zijn er plastieken boomstammetjes waarmee je door het water kan roetsjen. Het is niet het echte, het benadert het, en het beent het verlangen naar het echte nog meer uit. Het maakt het gemis ook nog pijnlijker. Eens naar boven getrokken door een stalen kabel, gezeten in een plastieken boomstammetje,  zie je vooraleer je naar de beneden dendert glashelder  dat je je in een villa-wijk ergens in de lage landen bevindt.  Een echte ervaring van bergrivieren is hier niet. Enkel in haar nabootsing, in haar kitscherige theatralisering is ze voor handen. Hetzelfde is aan de hand in dit heater: hoe meer ze greep wil hebben op het reële, hoe meer ze de wereld wil veranderen, hoe burgerlijker, kitscheriger en  melancholischer ze wordt. 

Het logo van het een stadstheater  is een soort namaak grafitti , de ongrijpbare straatervaring  is nagemaakt en ingezet voor de marketing en profilering van één van de grootste culturele instellingen van Vlaanderen. Boven een ander stadstheater hangt een flink geschilderd bord “revolutie”  boven de deur.  Hoe interessant en veelkantig hun programma ook, met zo’n bord haal je wel wat problemen op de hals. Ze gaan het doen daar. Vuistjes alvast in de lucht.  Alsof de drie zussen van Tsjechov deze keer echtigintecht naar Moskou gaan vertrekken.  In elk geval is het duidelijk: deze theaters spelen “De drie zussen” van Tsjechov niet: ze zijn het.

Hoe heftiger ze declameren echt te zijn,  van de wereld te zijn, hoe meer het haar eigen irrealiteit op de meest burgerlijke melancholische manieren in de verf zet. 

Natuurlijk, het boomstammetje in de Efteling is niet het echte maar  voor wie van kayaken houdt “ is het ook goed”. Net zo heeft dit theater geen echte greep op de werkelijkheid, maar  voor wie bekommert is om de samenleving  “is het ook goed”.

Voor rechts is er de Efteling, voor links is er de Echteling. Je kan in beide gevallen een abonnementsformule.

 

Omdat ik niet graag bij de pakken blijf zitten heb ik een toneeltje gemaakt.

Wanneer het toneel al eens van de planken verbannen wordt om plaats te maken voor “het echte.”, en zo iedere kans op politisering verspeelt, is een opiniestuk de uitgelezen plek voor toneeltjes geworden.

Het volgende speelt zich af op een krakende brug:

 

Van Boven:  Jij denkt dat ik van boven ben. Alleen maar omdat de geschiedenis me altijd zo genoemd heeft.  Maar ik ben eigenlijk van beneden.

Van Beneden: Jij bent altijd van boven geweest.  Jij hebt er geen idee van wat van beneden zijn eigenlijk betekent.

Van Boven: Ik heb even weinig geld, even weinig greep. Moet ik dan herleid worden tot de geschiedenis van mijn voorouders?

Van Beneden:  Ja, want  je reprodrocuceert hun geschiedenis. Jij mag dan wel atijd van boven geweest zijn,  moreel gezien lig je vanonder.

Van Boven: En ga jij me dan nu de juiste morele waarden bijbrengen?

Van Beneden: Het is tijd voor sociale correctie. Ja.

Van Boven: Ga je me missioneren? Denk je dat je bovenaan ligt omdat je van beneden bent? Moet ik zoals in de kolonies denken zoals jij? Doen zoals jij?

Van Beneden: Fuck off. Ik ben het slachtoffer.

Van Boven: Fuck off . Ik ben het slachtoffer.

 

En toen stortte de brug in.

En vanaf dan kon iets geheel nieuws worden opgebouwd.

  • Instagram
  • https://www.facebook.com/robinvzw/
  • Black Vimeo Icon

info@robin.brussels

BTW: BE 0635.721.865

© ROBIN 2017