Waarheid en snor - een gesprek met Vladimír Javorský en Christelle Cornil


The After Party is ook een stuk over een onverwachte ontmoeting, een botsing tussen twee persoonlijkheden en hun leefwereld. Wat heeft jullie naar The After Party gebracht?

VJ: Pieter heeft contact met mij opgenomen via Ondřej Hrab nadat hij The Garden Party gezien had in het Tsjechisch Nationaal Theater. Ik neem aan dat hij mij een geschikte kandidaat vond voor een rol in zijn project The After Party, dat hij aan het voorbereiden was. Dus hij heeft mij gecontacteerd.

CHC: Ik kwam anderhalf jaar geleden met Pieter in contact. Hij zei me dat hij mijn werk kende en apprecieerde, en hij vroeg of we eens konden praten over een van zijn projecten. Ik zei “jazeker, laten we afspreken”, en zo is het gebeurd. Daarvóór kenden we elkaar niet. Maar het was onmiddellijk duidelijk dat we het heel goed met elkaar zouden kunnen vinden, wat belangrijk is voor een artistieke onderneming.

Jullie repeteren in het Frans en het Tsjechisch, maar ondanks het taalverschil lijken jullie een verstandhouding te hebben die de taal overstijgt. Hoe voelen jullie zich in die ruimte tussen twee talen?

VJ: We zijn allemaal mensen en als je op dezelfde golflengte zit, heeft het geen belang of je een Fransman of een Papoea bent. Taal zit aan de oppervlakte, het is enkel een werktuig. Gewoon menselijk contact, dat is wat echt telt.


Zelfs in het theater?

VJ: Overal, zelfs in het theater. In elk beroep. Het tegendeel is ook waar: je kan best een Tsjechische collega hebben met wie er helemaal geen verstandhouding is. Daarover gaat het niet.

 

CHC: (lacht) Ik begrijp ongeveer wat hij bedoelt. Ik denk dat Pieter dankzij zijn eigenschappen, zijn empathie, nieuwsgierigheid en ruimhartigheid, twee mensen heeft kunnen kiezen die elkaar begrijpen. We wisten niet veel van elkaar, maar hij voelde aan wat voor mensen wij waren en hoe we met anderen omgaan, en het is een geslaagde match! Dus voor ons is alles heel gemakkelijk. Vanaf onze eerste ontmoeting was alles eenvoudig, we zijn beginnen werken en we konden goed met elkaar overweg. Het is plezierig voor ons, zowel het samenwerken zelf als de gesprekken over van alles en nog wat tijdens de lunchpauze.

 

VJ: Een slagveld strekt zich voor ons uit. We hebben twee maanden de tijd om het te bedwingen.

 

CHC: Ik denk dat er wat zal gevochten worden. Het is ook zo gemakkelijk dat hij Frans spreekt, dat maakt alles veel eenvoudiger.

 

Nemen jullie misverstanden en fout begrepen dingen op in het stuk? Komen daar nieuwe betekenissen uit voort?

 

VJ: The After Party is niet zoals The Jester and the Queen, daarover gaat het hier niet. Dat komt misschien nog wel, misschien zullen we dergelijke dingen beginnen opzoeken. Maar voorlopig is dat niet aan de orde in deze voorstelling.

 

CHC: Op dit moment zitten we niet op hetzelfde niveau. Vladimír begrijpt wat ik in het Frans zeg, maar ik begrijp niet echt wat hij in het Tsjechisch zegt. Ik moet dus heel goed weten welke tekst hij uitspreekt en ik moet die tekst zo goed mogelijk kennen. Ik herken wel een paar woorden als hij spreekt, ik ken nu bijvoorbeeld ‘knír’, ‘pravda’ en ‘prezident’.

Er zijn geen misverstanden, want wij worden verondersteld elkaar te begrijpen. Ik word verondersteld Tsjechisch te begrijpen en het een beetje te spreken. Maar er ligt wel een groot misverstand aan de basis van het hele verhaal. Hij is enorm geagiteerd; zij wordt wakker en gaat dan stilaan mee in zijn probleem.

 

Jullie lijken heel ontspannen en authentiek. Vereenzelvigen jullie zich met Jan Ptáček en Fanny Racine?

 

CHC: O ja, in verschillende opzichten. Zij kan de knop omdraaien als het allemaal te ingewikkeld wordt, als er te veel woorden zijn, te veel lawaai; zij sluit alles gewoon af en ik kan dat soms ook doen als ik heel moe ben of als ik nerveus of bang van iets word. Wij zijn heel verschillend van elkaar – zij behoort tot een wereld waar ik niets vanaf weet, maar ik kan mij haar gevoelens wel indenken. Ze wordt geconfronteerd met een groot probleem en ze weet niet hoe ze ermee moet omgaan. Ik zou dat niet zo sterk tonen als zij – ik denk dat ze daarin heel open zal zijn – maar ik kan ook enorm geagiteerd zijn. Dat is zeker iets waarin ik mij kan terugvinden.

 

VJ: Je moet daarmee oppassen, zoals de eerste keer dat je van een berg naar beneden skiet. De tijd zal uitwijzen of we daarin verder gaan. Zoals Evald Schorm altijd zei: eenvoudig en natuurlijk – dat is soms de beste manier.

 

CHC: Iets anders dat mij kan bekoren, is de gedachte volledig te gaan voor iets nieuws, dat kan ik mij indenken: dit werkte niet, dus moeten we iets anders proberen. Fanny aanvaardt dat stilaan. Het neemt meer tijd in beslag, het duurt niet even lang voor ieder van ons, maar op een zeker punt ontmoeten we elkaar.

 

VJ: Misschien is het stuk zo geschreven – het is er gewoon.

 

Wat vinden jullie de grootste uitdaging in dit project?

 

VJ: Doordringen tot de kern van dit stuk, overbrengen wat Pieter echt wil overbrengen.

 

CHC: Voor mij is dat: Fanny een samenhangend innerlijk traject geven dat haar van A naar B tot Z leidt. Want nu gaat ze over van het ene gevoel naar het andere, het is haar eigen soort van diagram en dat zal niet veranderen. Voor het ogenblik werken we in het Frans, dus ik kan de Franse en de Tsjechische tekst lezen, maar zodra we de tekst opzijleggen, zal het erop aan komen naar hem te luisteren en te reageren op wat hij zegt, aanwezig te zijn met hem. Dat is een grote uitdaging, zoveel mogelijk Tsjechisch leren op zeven weken tijd.

 

Hoe ziet jullie verhouding tot Václav Havel eruit? Wat betekent vandaag zijn nalatenschap voor jullie?

 

VJ: Havels nalatenschap, zijn boodschap, komt tot uiting in de diepmenselijkheid van dit stuk – dat is een heel algemene manier om het uit te drukken. Het komt erop aan die menselijkheid terug te vinden, te beleven in ons dagelijks bestaan. Dus niet alleen de mooie en aangename dingen, maar ook het gevecht en de zoektocht. Naar wat? De Antifilimbafski?

 

CHC: Voor mij is dit moeilijk. Ik heb video's gezien, ik heb het boek Brieven aan Olga gekocht en ben het beginnen lezen, maar ik heb me niet echt kunnen verdiepen in de politieke kant van de zaak. Ik kan enkel zeggen wat ik voel als ik Havel zie spreken. Ik denk dat we de menselijkheid, de edelmoedigheid en het poëtisch denken dat we bij iemand zoals Havel terugvinden, vaak moeten missen. Het is inspirerend naar hem te luisteren en te zien hoe hij begaan was met de mensen, met welk respect hij hen behandelde – en met hoeveel humor.

 

Christelle, heb jij een of andere band met Centraal-Europa en de Tsjechische Republiek?

 

CHC: Jammer genoeg weet ik er niet zo veel van. Ik ben in Duitsland geweest en in Bulgarije. Maar ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot de taal en de cultuur, zonder te weten waarom. Ik zou er heel graag meer over te weten komen.

 

Vladimir, hoe gebruik jij je jarenlange ervaring als acteur bij het Husa na provázku-theater, het Nationale Theater, je samenwerking met Tanaka en andere alternatieve projecten?

 

VJ: Ik weet nooit hoe ik zulke vragen moet beantwoorden. Het gebeurt gewoon vanzelf.

 

In welke mate beschouwen jullie The After Party als een politiek stuk, relevant voor de problemen van vandaag?

 

CHC: Voor mij is het stuk politiek getint omdat het mijn verhouding tot de politiek en mijn engagement bevraagt. Doe ik iets dat tot verandering kan leiden, hoe klein ook? Er zijn ook de omstandigheden waarin de personages zich bevinden en ze zeggen: ik ben oké, om het even wat die omstandigheden zijn, om het even welke job ik doe, en ik wil niet veranderen want ik ben te bang voor wat er zou kunnen gebeuren. Het zou misschien erger kunnen worden. Ik denk dat veel mensen vastzitten in een dergelijke situatie. Het is ook een poëtisch stuk, zowel door de tekst als door de manier waarop Pieter ons regisseert. En ook een heel menselijk stuk – en een beetje gek. Het is misschien eerder menselijk dan politiek, maar natuurlijk met een politieke grondslag – dat was ook hoe Havel de politiek zag, vermoed ik.

 

VJ: Waarheid en menselijkheid zijn eeuwige onderwerpen; ik denk dus dat het onderwerp van The After Party relevant is voor elke tijd. Speuren naar de eigen onvolmaaktheid en ook durven toegeven dat die er is – dat is tegenwoordig zeldzaam. In deze tijd zijn we met zovelen die altijd alles weten en we zijn voortdurend maar met meer, en naarmate we groter worden, krijgen we conflicten. Als de mensen zichzelf misschien iets kleiner zouden maken, zou er meer levensruimte ontstaan voor iedereen. Dat denk ik.

 

Zijn er auteurs, acteurs of kunststromingen die jullie inspireren?

 

VJ: Ik weet het niet. De hoteleigenaar uit de film Avanti!

 

CHC: Ik hou van Shakespeare, en Wajdi Mouawads teksten raken mij. Ik hou van art deco en art nouveau, en Praag is een schitterende plek om ze te ontdekken. Wat acteurs betreft, heb ik enorm veel bewondering voor Meryl Streep, een vrouw met veel talenten.

 

Willen jullie elkaar iets vragen?

 

VJ: Hoe gaat het met jou?

 

CHC: Goed, ik ben heel blij dat ik hier ben. En hoe voel jij je?

 

VJ: Ik zou vlinders uit je neus willen toveren.

 

CHC: Ik wil dat jij vlinders in je buik voelt.

 

Interview door Pavlína Svatoňová

  • Instagram
  • https://www.facebook.com/robinvzw/
  • Black Vimeo Icon

info@robin.brussels

BTW: BE 0635.721.865

© ROBIN 2017